Transcenderen of transformeren?

Zo’n tien jaar geleden gebeurde er iets opmerkelijks, wat ik jarenlang heb verklaard als iets bovennatuurlijks. Het bleek iets anders te liggen.

Het was een ongewoon ontspannen avond bij mijn ouders ..

Met z’n vieren hadden we net het avondeten achter de rug. Het eten was – zoals ik het uit mijn jeugd herinnerde – niet uitgesproken smakelijk of onsmakelijk, maar altijd overgoten met een flinke portie overcompensatie. Mijn moeder zette altijd haar beste beentje voor. Iedereen wist dat, ook dat het niet uitmaakte. Want mijn ‘vader’ wist zo’n ongekende zwartgaligheid te verspreiden, dat niemand dat kon compenseren. Elke avondmaaltijd was een soort van uitvaartritueel: zwaar beladen en doodstil. Met daar bovenop een constante dreiging van een plotselinge woedeaanval van zijn kant richting de mijne. Zelden om een aanwijsbare reden. Die bedompte atmosfeer en die dreiging was er overigens niet alleen tijdens het eten: het was er altijd, immer manifest, zolang hij in huis was. De schier ontelbare momenten waarin hij me vernederde of bedreigde waren ondragelijk. Zijn adagium “We zullen wel zien wie het langste volhoudt!” maakte dat ik me als kind bewust was dat het elke dag erop of eronder kon zijn.

Jaren later, vlak voor mijn 30ste verjaardag, hoorde ik dat hij mijn vader helemaal niet was. Het was een opluchting die me 3 dagen onafgebroken aan het janken bracht. Mijn echte vader is me al die jaren onthouden geweest. Ik was geboren onder mijn moedersnaam Van Rijn, werd na 3 jaar ‘aangenomen’ door Korver, maar ben eigenlijk de zoon van Gonzalez. De eerste jaren voelde het alsof het fundament onder me was weggeslagen, maar later besefte ik dat dat fundament er nooit was geweest. Na een zoektocht vond ik mijn vader in Spanje: rustend in zijn graf op een heuvel, met een uitkijk over Gijon.

Deze avond aan de eettafel was anders. Mijn moeder, die destijds de agressie jegens mij niet kon of wilde stoppen, vond het tijd de koe bij de horens te vatten. Mijn stiefvader zat recht tegenover mij, mijn vrouw rechts van me en mijn moeder links. Met een strijdvaardigheid die ik bewonderde begon mijn moeder het gesprek. Die houding van ‘het moet nu maar eens op tafel’ werkte echter averechts op mijn stiefvader, die spichtig als een schildpad meteen zijn kop introk. Met zijn armen strak over elkaar en verkrampt ineengedoken liet hij de woorden van mijn moeder schijnbaar ongeroerd van zijn denkbeeldige schild afketsen. Het hield mijn moeder niet van haar voornemen af. Ze was op een missie en baande zo een weg voor mij om mijn gevoelens te uiten. Hoezeer het verleden haar zelf had geraakt werd duidelijk toen ze halverwege in een enorme huilbui uitbrak. Schuddend en hikkend brulde ze het uit.

Nadat ik mijn kant van het verhaal had verteld en wist dat er geen weerwoord of verklaring van zijn kant zou komen, drong het tot me door: ik zou hiermee blijven lopen tot ik een ons woog. De woorden die ik daarna uitsprak waren niet gemakkelijk, maar onvermijdelijk. Voor mijn eigen rust. Ik keek hem aan en sprak vanuit mijn hart: “Ik vergeef het je”. Kort daarop begonnen mijn handen hevig te trillen, te bruisen haast. Alsof er een rivier doorheen stroomde. Ik had dat al vaker meegemaakt en meestal zag of hoorde ik dan iets paranormaals (bij gebrek aan een betere benaming of verklaring). Toen ik opkeek zag ik vlak voor mijn stiefvader een gedaante kronkelen, in rode en gele vlammen gehuld. De gedaante had een zwart gat als mond en leek zich niet van hem los te kunnen maken. Onderwijl hoorde ik in mijn hoofd een kakofonie van stemmen. Sterk vertraagd, alsof iemand een opname van 78 toeren op 10 toeren afspeelde. Hoewel ik niet kon horen wat er precies gezegd werd, begreep ik intuïtief dat het een enorme klaagzang was. 

De dag na het gebeuren stuurde ik mijn stiefvader een e-mail, waarin ik uitlegde wat ik had waargenomen. In mijn verbeelding dacht ik zijn demonen te hebben gezien (wederom bij gebrek aan een betere verklaring) en waren de stemmen zijn getuigenissen uit meerdere levens, waarin hij verbolgen was geraakt over het onrecht wat hem was aangedaan.

Jarenlang heb ik me aan deze visie vastgehouden. Tot afgelopen zaterdag.

Nadat ik op Youtube een presentatie van Jan Bommerez over FLOW had gezien, zocht ik contact met hem via de social media. Zo kon het gebeuren dat hij vorig jaar een bericht op Facebook las over mijn behandeling van leukemie. Jan vroeg me contact met hem op te nemen. Via Skype spraken we een uur over Kangen-water en de belangrijke rol van water in het lichaam. Het was een opmaat naar het seminar wat ik dit weekend volgde. Het ging over transformeren en loslaten. Geen idee wat ik ermee aan moest, maar het was een mooie gelegenheid om Jan eens in persoon te ontmoeten.

In het seminar legde Jan uit dat water de geleider van energie is in je lichaam. Dat je gedachten en gevoelens kunt vasthouden, maar dat je nooit die gedachten of gevoelens ‘bent’. Dat je door meditatie in andere energie frequenties terecht kunt komen en dat je de emoties, die vastgezet zijn in de lage regionen, kunt aanspreken en loslaten. Dat loslaten werkt, volgens Jan, via energetische weg veel sneller dan via de psychoanalyse. Die laatste weg had ik al eens bewandeld.

Die middag raakte ik door relatief eenvoudige meditatietechnieken dieper in mijn gevoel dan ik in jaren was geweest. Een paar keer raakte ik een gevoelige snaar en probeerde dat gevoel los te laten. Het lukte mondjesmaat, maar Jan gaf aan dat dat normaal is. Hij vergeleek het met een dispenser: emoties zijn als zakdoekjes, je haalt er steeds maar eentje uit. Wat me opviel was dat mijn stem na elke meditatie oefening trager en zwaarder werd. Als kind had ik al eens geoefend met zelfhypnose en bleek daar erg handig in, maar nu kwam ik veel dieper. Veel meer tot mezelf. Wonderlijk.

De volgende dag maakte ik een lange wandeling door het bos. Ineens drong iets tot me door. Net zoals destijds Einstein en Edison in dergelijke wandelingen veel van hun inspiratie vonden. Die avond aan de eettafel met mijn stiefvader had ik niet zijn demoon gezien, of zijn stemmen gehoord. Die demoon was mijn eigen verbeelding: zo zág ik hem. En die stemmen waren niet zijn, maar mijn verbolgingen over het onrecht wat mij was aangedaan. De traagheid van de stemmen gaf aan hoe diep ik de emoties had begraven. Door het vergeven had ik een deur opengezet om die vreselijke pijn te laten ontsnappen.

Al die jaren dacht ik dat het gebeuren aan de eettafel een transcendent moment was. Nu begrijp ik dat het een transformatie was. Het bruizende gevoel in mijn handen was de energie van mijn emoties, die, zoals stoom uit een hogedrukpan, via mijn handen mijn lichaam verliet. Ik was niet langer het gekwetste kind, maar getransformeerd naar een man. Onomkeerbaar. Bevrijd. Het heeft 10 jaar geduurd om dat in te zien.

Bedankt voor je inspiratie en wijsheid, Jan Bommerez

caterpillar-to-butterfly-change-metamorphosis-370x229

Advertenties