De vloek van het brandmerk

Terwijl ze voor me uitloopt, steeds opnieuw snuffelend aan een polletje gras of een dor takje, lijkt Chica zich geen moment bewust van het onheil dat zoveel van mijn vrienden treft. Waarom zou ze ook? Haar eten staat altijd klaar en haar mandje ligt net zo lekker als voorheen. De crisis is voor haar even ongrijpbaar als die luchtjes op de grond voor mij. Al mijmerend door het bos valt me een rode stip op de bast van een boom op. 

brandmerk

Willekeur

Terwijl mijn ogen verder dwalen langs de bosrand zie ik dat er nog véél meer bomen staan met zo’n rode stip. Vorig jaar was er achter ons huis gerooid en waren de bomen vooraf op soortgelijke wijze gemarkeerd. Ook toen kwam de vraag bij me op: “Waarom juist deze bomen?”. Is het omdat ze licht wegnemen van andere bomen? De meesten stonden echter niets en niemand in de weg. Zo probeerde ik tevergeefs een logische verklaring te vinden voor iets wat steeds meer op willekeur begon te lijken. Tot ik me besefte, dat de reden helemaal niet relevant is. Het brandmerk is feit. Het lot van deze boom is al bezegeld.

Onderwijl valt het me op dat boven in één zo’n boom een paartje nietsvermoedend bouwt aan een nest. Ze kennen de betekenis van het brandmerk niet. Kon ik ze maar toeroepen: ‘Verkas, deze boom gaat neer!’

treecutting

De Zwarte Dood

Brandmerken zijn van alle tijden. Zo schrijft het Historisch Dagblad: “In de veertiende eeuw verloor Europa eenderde van haar bevolking aan de pest.” Oef, denk ik, éénderde. Dat is het huidig equivalent van 5,5 miljoen Nederlanders of 275 miljoen Europeanen. Veroorzaakt door een bacil met de legubere bijnaam: de Zwarte Dood. De pandamie begon in de laars van Italië – in de haven van Messina – en kroop zich een weg omhoog via de Europese handelsroutes. In Milaan werden de deuren van woningen waar zelfs maar een vermoeden van een besmetting was dichtgespijkerd of beschilderd met een groot kruis. Een typisch brandmerk, wat me sinds de geschiedenislessen in mijn jongere jaren altijd als beeld is bijgebleven. Niet dat het hielp overigens: men had nauwelijks weet van de manier waarop de pest zich verspreidde. Maar zo gauw het kruis er hing, was je lot bezegeld. Nu nog spreken we van ‘vermeden worden als de pest’.

Plague-Doctor

Jodenster

In de Middeleeuwen werden Joden verdacht als aanstichters van de pest, omdat relatief weinig Joden door de pest werden getroffen. Feitelijk waren de Joodse reinigingswetten hiervan de oorzaak. Het zorgde desondanks voor de zoveelste pogrom tegen de Joden. Een massale uitroeiing die eeuwen later een volgend dieptepunt bereikte in Nazi-Duitsland, met Hitler als katalysator en de Kristallnacht in 1938 als excuus. Ook hier was het brandmerken een middel om een schifting aan te brengen, in de vorm van de Jodenster. Vanaf 1942 moesten in Nederland alle Joden van 6 jaar en ouder eraan geloven. Alsof ze pestdragers waren, werden de Joden eveneens opgesloten in quarantine’s, getto’s genaamd. Zo stond de nu zo gezellige Jodenbuurt in Amsterdam nog maar enkele tientallen jaren geleden bekend als een Joods concentratiekamp. De Holocaust kostte uiteindelijk 6 miljoen mensen het leven.

Jodenster

Islam

De afgelopen maanden werd het me steeds duidelijker: we zitten in Europa middenin een nieuwe Zwarte Dood. Dit keer is het geen bacil, die ons gedrieëndeeld, maar egocentrisme. Of het nu hebzucht, speelzucht of welke zucht dan ook is. Het heeft ons gezamelijk gedreven naar dit onheilspunt. Wilders probeert de Islam de schuld in de schoenen te schuiven, maar iedereen met méér dan 1 hersencel kan bedenken dat daar de oorzaak niet ligt. Een pogrom tegen de Islam zou dan ook een gotspe zijn.

We are the 99%

De Occupiers drukten maandenlang wel pijnlijk op de zere plek. We hebben het laten gebeuren dat vrijwel alle macht en vrijwel het gehele vermogen van een land bij 1% van de bevolking terecht is gekomen. Het zelf opgelegde brandmerk ‘We are the 99%’ werd – in tegenstelling tot de Jodenster – dit keer wel met verve gedragen. Een historisch moment van anoniem en eensgezind volksverzet.  Onvergelijkbaar met het heroïsch martelaarschap van een enkeling, zoals Jeanne d’Arc tijdens de 100 jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland.

Opkomst van de banken

Sinds de oprichting van de eerste bank in 1472 in Italië – haast symbolisch verrezen uit de Zwarte Dood – zijn banken uitgegroeid tot een allesoverheersend instituut. Machtiger dan staten. Machtiger dan wie dan ook.

99procent

Bailout farce

De Federal Reserve (Fed) in de VS is in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden géén eigendom van de Amerikaanse Staat, maar van de banken zelf. De bailout van de Amerikaanse banken in 2008 was dan ook een farce majeur: de Fed leende het geld van de banken aan de Amerikaanse Staat, die daarmee de banken overeind hield. Zo betalen de Amerikaanse burgers de komende jaren via de belastingen elk jaar een astronomisch bedrag aan rente aan de Fed – en daarmee aan de bank-eigenaren van de Fed – voor wat feitelijk niets meer dan het rondpompen van geld was. Een scam van ongekende omvang en brutaliteit. Hoewel de georchestreerde aanval op de World Trade Centers qua brutaliteit en kilheid deze scam met gemak overtreffen.

stock-market-crash-college-students

Oligopolis

Die macht van de banken heeft tevens geleidt tot een oligopolische economie. Dit is een economie, die gedomineerd wordt door een klein aantal, maar immens machtige multinationals. Banken en beleggers reguleren indirect via bedrijfsfinancieringen de markt en bepalen daarmee feitelijk het aanbod: als er slechts een handjevol aanbieders is, dan is de afname verzekerd en het rendement maximaal.

Boven de wet verheven

Voor banken geldt de Wet niet of nauwelijks. Kijk alleen maar naar het commerciële vastgoed in Nederland – iedereen is boekhoudkundig verplicht tijdig af te schrijven op activa ten gevolge van de waarde devaluatie van de afgelopen 5 jaar, maar voor banken geldt dat niet of nauwelijks. Na het faillissement van Eurocommerce kocht de Rabobank het onderpandig vastgoed terug van de curator via een eigen dochter – om te voorkomen dat moet worden afgeschreven op het vastgoed. Dat is geen toonbeeld van goed koopmansgebruik. Grootschalige vastgoedfraude zoals bij Bouwfonds en grote woningcoöperaties, geven zelfs de schijn dat de gehele financiële wereld zich verheven acht boven de wet.

Dollar

Feitelijk zijn alle Nederlandse banken boekhoudkundig failliet. Want met een buffer van 7% van het spaargeld in kas en een potentiele waardevermindering van 40-60% van het Nederlands vastgoed kan een kind op z’n vingers natellen dat er niet veel te pinnen valt als het het vastgoed in waarde blijft dalen of niet (of onrendabel) verhuurd wordt.

Momenteel wordt een precedent geschept met de redding van Cyprus: banktegoeden boven de 100.000 Euro worden simpelweg ingepikt door de staat of minimaal belast met 25%. Veel Russen hadden geld staan bij Cypriotische banken. Rusland dreigde met maatregelen als onderdanen niet meer bij hun (zwarte) geld konden komen. Europa handelde toch, maar liet ‘per ongeluk’ een filiaal van de bank in Rusland en Engeland open.

Spiraal omlaag

De jarenlange focus op korte termijn winst optimalisatie en de eliminatie van concurrentie speelt de banken (en daarmee ook ons) inmiddels parten: met het oplopen van de werkloosheid verliezen mensen het vertrouwen in de economie en stoppen met consumeren. De spiraal omlaag van minder verkopen, minder rendement en daardoor minder geld voor (nog minder) werk zet zich in de komende jaren dan ook genadeloos voort.

Niet dat het ons allemaal enorm boeit. We steken onze energie veel liever in simpel volksvermaak, zoals het volgen van een voetbalwedstrijd of het eten van de grootste hamburger. Het is juist die onverschilligheid, die maakt dat het misbruik van macht de laatste jaren zo’n enorm vlucht heeft genomen. Terwijl de technologie het misbruik alleen maar méér vleugels geeft. De vraatzucht van de rijkste der rijken kent daarnaast geen mate. Terwijl minimaal de helft van de wereldbevolking onder de armoedegrens leeft, niet over gezond drinkwater beschikt en onder erbarmelijke omstandigheden leeft, fêteren de rijkste der rijken zichzelf en elkaar op manieren die Keizer Nero nog het schaamrood op de kaken zou brengen.

Toekomst

De weg die jaren geleden al is ingeslagen loopt dood. Er zit niets anders op dan het hele systeem tegen de muur te rijden en uit de puinhopen iets nieuws op te bouwen. We gaan evolueren, of we willen of niet. En het gaat pijn doen. Onzekerheid, chaos, honger, .. we zullen het allemaal gaan meemaken. De opkomst en het verval van culturen is van alle tijden.

hamburger-generation

Onvermijdelijke afgrond

In diverse Europese steden zijn de effecten al schrijnend zichtbaar. Middelgrote bedrijven, die de werkgelegenheid lange tijd leken te garanderen, zijn inmiddels omgevallen, opgedeeld, opgeslokt of genationaliseerd. Steden die vóór de crisis nog bruisden van energie zijn vervallen tot desolate betonwoestijnen. En dit is slechts het begin. Niemand wil offers brengen en dus koersen we gezamenlijk naar een onvermijdelijke morele en economische afgrond. Om daar samen met nieuw elan ook weer uit te kruipen.

Machtsbelust

De conclusie zou kunnen zijn dat de bankier cq. belegger de allergrootste egocentrische, machtsbeluste opportunist is van ons allemaal. De vraag is echter: ‘Zou u in een dergelijke machtspositie anders gehandeld hebben?’

Punish & Reward

De praktijk leert van niet. Experimenten, waarin een mate van controle (punish & reward) wordt gegeven aan één testpersoon over een ander testpersoon, geven een onthutsend beeld waar mensen toe in staat zijn. De hoop van de Occupy-beweging, dat het aanspreken van bankiers op hun gedrag leidt tot nieuw normbesef, is bij voorbaat ijdel. Zo toont althans een onderzoek van de universiteit in Heidelberg aan.

einstein

Zo blijkt dat, zelfs wanneer er een ‘zekere mate van risico’ bestaat bij het uitdelen van straffen en beloningen, dit nauwelijks effect heeft op het wel of niet uitdelen ervan. Oftewel, ook al zou de bankier weten dat hij publiekelijk geschandnageld zou worden ten gevolge van zijn onethische handelen, dan heeft dit nauwelijks invloed op zijn gedrag.

Daarnaast blijkt uit onderzoek van Joris Luyendijk dat bankiers geld niet zien in relatie tot personen, maar uitsluitend in relatie tot rendement. De bankier is dus niet slechts a-sociaal, maar ronduit anti-sociaal.

College Tour

Het effect van publieke beschaming, zoals in geval van vermeende reputatieschade, werkt overigens eerder averechts: we maken van boeven zelfs helden. We zagen dit bij Nick Leeson (Barings Bank), Jérôme Kerviel (Bank Société Générale) en bij Bernard Madoff. Maar ook dichter bij huis kennen we graaiende mediahelden als Cees van der Hoeven (Ahold) en Walter Vermeulen (Laurentius). Het absolute dieptepunt was de College Tour met Willem Holleeder.

Former trader Kerviel arrives at Paris court for the start of his trial in Paris

Ontsiering

Ik vervolg mijn pad langs de bosrand. De rode stippen zijn zo overheersend, dat het bos erdoor ontsierd raakt. In gedachten spreek ik de wens uit dat de bomen snel gerooid worden, zodat het aanzicht weer wat verbeterd. En zo – bedenk ik me – denken er velen: als de crisis onze buren treft en het bordje TE KOOP in de tuin verschijnt, laat het dan snel voorbij zijn. Zo’n brandmerk in de tuin is tenslotte maar een ontsiering van de buurt.

foreclosures

Post scriptum

Het feit dat we mijn inziens de komende crises niet kunnen voorkomen betekent niet dat we ons zo maar aan ons lot moeten overlaten. Ik geloof dat we de transformatie van het Informatietijdperk naar het Ideeëntijdperk wel degelijk het hoofd kunnen bieden. We zullen merken dat geld niet langer de zekerheid biedt, die we het te lang hebben toebedeeld. De verwachte hyperinflatie zal geld waardeloos maken. Sociaal kapitaal – elkaar met diensten, goederen en voedsel helpen – wordt echter de basis voor het overleven en het leven erna. We zullen bovendien straks niet meer terugwillen naar de onevenwichtige verdeling van het verleden (99%-1%). Macht zal worden beperkt en vervangen door de kracht van het collectief. Ideeën zullen vloeien. Olie en gas worden vervangen door water-, wind- en zonnekracht. De wereld heeft een prachtige toekomst. En ze zal voor ons allemaal zijn.

Advertenties

Vrienden in twee werelden

Aan de bar van een leisurecentre in Hilversum zat ik samen met een goede vriend wat na te praten. “Waarom besteed je eigenlijk zoveel tijd aan de social media? Zeg nou eens eerlijk, levert het je wat op?”

“Het is de verkeerde vraag: het uitgangspunt is niet of het wat oplevert,” zei ik, “maar hoe je je erbij voelt. We zijn gewend te denken in termen van rendement, maar dat is niet mijn primaire focus. Het draait om intenties: IK WIL mijn kennis en ervaring met anderen delen. En IK WIL op mijn beurt van anderen leren. Wat daaruit volgt, laat ik gewoon gebeuren. Noem het serendipity ..”

En het werkt: ik zoek niet, het vindt mij. En dat ‘het’ is steeds weer een verrassing: dan weer een uitnodiging voor een lezing of gastcollege, de andere keer een radio-interview of een uitnodiging voor het schrijven van een blog of review. Dat wil niet zeggen dat het allemaal vanzelf gaat. Ik neem mijn rol (welke dat ook is) in de social media heel serieus en steek er veel tijd in. Wat je zaait, moet je oogsten en dat zorgt voor de nodige drukte.

Maar mijn goede vriend begrijpt me niet. Hij is veel harder getroffen door de crisis. Zijn gezin is zijn allereerste prioriteit. Alles draait om overleven. Zijn intentie is niet verheven, maar heel basaal. Niet uit keuze, maar uit noodzaak. En in dat licht begrijp ik het onbegrip over mijn focus. Onze werelden liggen ver uiteen. En toch zitten we hier samen aan de bar. Als twee uitersten van het behoeften spectrum (zie afbeelding hieronder).

Piramide van Maslow

Maar wat is het dan wat ons bindt?

Vlak ervoor hadden mijn vriend en ik samen ons favoriete balspelletje gespeeld. Als ‘kinderen’ hebben we ons rot gelachen om elkaars missers en hartstochtelijk geklapt voor de schaarse hoogtepunten. Elk spelletje begon vol nieuwe intenties en verwachtingen: “Dit wordt mijn potje”. Maar hoe het potje ook eindigde, de ballen kwamen gewoon weer terug op tafel. En dan begonnen we weer opnieuw. Hier zijn onze intenties gelijk en de verwachtingen even absurd.

In spel zijn we vrienden en dat bindt ons voldoende om het erbuiten ook te zijn. Ook al is onze werkelijkheid nog zo verschillend. Laten we dus weer als kinderen zijn en plezier beleven aan de kleine dingen. Want voor plezier heb je niets anders nodig dan je zintuigen en daarin zijn we allen gelijk.

Onderstaande video geeft prachtig weer hoe dicht we bij elkaar staan als we ons overgeven aan onze kinderlijke intenties en emoties. Maar ook hoe confronterend de volwassen werkelijkheid soms is:

Tegenslagen overwinnen

Het leven kan soms aardig tegenzitten. Heel vervelend, maar de realiteit is dat er geen bergen zijn zonder dalen. Wellicht herken je je in één van de volgende situaties:

  • Je hebt een fietser zwaar aangereden met je auto. Als je in paniek belt met je verzekeringsmaatschappij blijkt dat je geroyeerd bent, omdat je ex de premies al maanden niet heeft betaald.
  • Kwiek stap je over die eeuwig rondslingerende skateboard van je zoon, maar je raakt toch net het randje. Je voelt je wegglijden, grijpt je ergens aan vast en trekt zo in je val het aquarium van 200 liter over je heen.
  • Je allergrootste klant mailt dat ze zelf hun faillissement hebben aangevraagd. Net nadat jij je krabbel hebt gezet voor de bouw van een toch al te duur pand. Je schiet spontaan in een catatonische stuip.
  • Je hebt als verrassing nèt een super-de-luxe vakantie geboekt naar Dubai voor je vriend(in) en jezelf, als zij/hij je belt dat jouw beste vriend(in) toch veel leuker is. En je dacht nog zo dat die annuleringsverzekering overbodige luxe was.
  • Je bent al te laat voor je sollicitatiegesprek en rent naar de parkeerplaats. Om te ontdekken dat je motor gestolen is. Als je terugkeert naar huis, blijken je sleutels nog aan de binnenkant van de deur te hangen.

Iedereen heeft zo zijn eigen verhalen. En we gaan er allemaal op onze eigen manier mee om. De één stort in elkaar bij de eerste de beste tegenwind, de ander pas als zijn/haar ledematen een meter van de romp zijn verwijderd. Wat ons onderscheidt is veerbaarheid: de energie die we kunnen opbrengen om terug te keren naar de ruststand. Ik noem het bewust geen weerbaarheid. Uit het lood geslagen worden is een reuzenstap voorbij het kunnen verweren.

Als het iemand allemaal écht teveel wordt, dan lijkt het alsof niets en niemand je nog kan helpen. Het leven is gewoonweg te zwaar en gedachten aan een spoedig einde lijken zo gek niet meer. Vandaag had ik zo iemand aan de lijn.

Voor het verhaal noem ik deze persoon Johan. Want het gaat me niet om de persoon, maar om het verhaal. Ook al denkt ‘Johan’ daar natuurlijk heel anders over. Johan heeft 10 jaar geknokt voor het realiseren van een ideaal. Vlak voordat al dat werk zich had terugbetaald, werd hij getroffen door een hartaanval. Investeerders namen het heft in handen, plaatsten kennis en mensen buiten de organisatie en lieten het bedrijf op de klippen lopen. Johan zit na maanden revalidatie inmiddels thuis. Zonder werk, volledig ontgoocheld en met een enorme berg schulden. Het huis is net door de makelaar getaxeerd en moet worden verkocht. Eén hartaanval vernietigde het leven van deze hartstochtelijke ondernemer. Wat moet je dan?

Soms helpt het om in zo’n geval alles in een ander perspectief te zien. Ik zei: “Als je je leven ziet als een zware bal, die keer op keer, tot kotsen toe, spinnend om z’n as, volledig zinloos, met een krakende-koppijn-veroorzakende-kwak tegen een achterwand wordt gesmeten, dan mis je waar het om draait. Jij bent niet de bal. Jij bent de bowler. De bal is slechts een onderdeel van het spel. Neem eens wat afstand en bekijk het ‘spel van het leven’ als een bowler. Hoeveel paaltjes staan er nog en hoeveel zijn er om? Pas daar je nieuwe strategie op aan. Speel het spel, wees de bowler, niet de bal.”

Aan de andere kant van de lijn hoor ik tranen. Het blijft lang stil. Ik heb makkelijk praten met mijn zogenaamde wijsheid. Ook ik voel me regelmatig de bal en hoop dat iemand me dan uit de put helpt. Na een paar minuten krijg ik een snikkend bedankje. Het is niet nodig. Hoop alleen dat het iets verzacht. Ik leg de telefoon neer. Van binnen huil ik mee.

Onderstaande video is een prachtig voorbeeld van ‘niet bij de pakken neer’ te gaan zitten en het lot in eigen hand nemen:

Transcenderen of transformeren?

Zo’n tien jaar geleden gebeurde er iets opmerkelijks, wat ik jarenlang heb verklaard als iets bovennatuurlijks. Het bleek iets anders te liggen.

Het was een ongewoon ontspannen avond bij mijn ouders ..

Met z’n vieren hadden we net het avondeten achter de rug. Het eten was – zoals ik het uit mijn jeugd herinnerde – niet uitgesproken smakelijk of onsmakelijk, maar altijd overgoten met een flinke portie overcompensatie. Mijn moeder zette altijd haar beste beentje voor. Iedereen wist dat, ook dat het niet uitmaakte. Want mijn ‘vader’ wist zo’n ongekende zwartgaligheid te verspreiden, dat niemand dat kon compenseren. Elke avondmaaltijd was een soort van uitvaartritueel: zwaar beladen en doodstil. Met daar bovenop een constante dreiging van een plotselinge woedeaanval van zijn kant richting de mijne. Zelden om een aanwijsbare reden. Die bedompte atmosfeer en die dreiging was er overigens niet alleen tijdens het eten: het was er altijd, immer manifest, zolang hij in huis was. De schier ontelbare momenten waarin hij me vernederde of bedreigde waren ondragelijk. Zijn adagium “We zullen wel zien wie het langste volhoudt!” maakte dat ik me als kind bewust was dat het elke dag erop of eronder kon zijn.

Jaren later, vlak voor mijn 30ste verjaardag, hoorde ik dat hij mijn vader helemaal niet was. Het was een opluchting die me 3 dagen onafgebroken aan het janken bracht. Mijn echte vader is me al die jaren onthouden geweest. Ik was geboren onder mijn moedersnaam Van Rijn, werd na 3 jaar ‘aangenomen’ door Korver, maar ben eigenlijk de zoon van Gonzalez. De eerste jaren voelde het alsof het fundament onder me was weggeslagen, maar later besefte ik dat dat fundament er nooit was geweest. Na een zoektocht vond ik mijn vader in Spanje: rustend in zijn graf op een heuvel, met een uitkijk over Gijon.

Deze avond aan de eettafel was anders. Mijn moeder, die destijds de agressie jegens mij niet kon of wilde stoppen, vond het tijd de koe bij de horens te vatten. Mijn stiefvader zat recht tegenover mij, mijn vrouw rechts van me en mijn moeder links. Met een strijdvaardigheid die ik bewonderde begon mijn moeder het gesprek. Die houding van ‘het moet nu maar eens op tafel’ werkte echter averechts op mijn stiefvader, die spichtig als een schildpad meteen zijn kop introk. Met zijn armen strak over elkaar en verkrampt ineengedoken liet hij de woorden van mijn moeder schijnbaar ongeroerd van zijn denkbeeldige schild afketsen. Het hield mijn moeder niet van haar voornemen af. Ze was op een missie en baande zo een weg voor mij om mijn gevoelens te uiten. Hoezeer het verleden haar zelf had geraakt werd duidelijk toen ze halverwege in een enorme huilbui uitbrak. Schuddend en hikkend brulde ze het uit.

Nadat ik mijn kant van het verhaal had verteld en wist dat er geen weerwoord of verklaring van zijn kant zou komen, drong het tot me door: ik zou hiermee blijven lopen tot ik een ons woog. De woorden die ik daarna uitsprak waren niet gemakkelijk, maar onvermijdelijk. Voor mijn eigen rust. Ik keek hem aan en sprak vanuit mijn hart: “Ik vergeef het je”. Kort daarop begonnen mijn handen hevig te trillen, te bruisen haast. Alsof er een rivier doorheen stroomde. Ik had dat al vaker meegemaakt en meestal zag of hoorde ik dan iets paranormaals (bij gebrek aan een betere benaming of verklaring). Toen ik opkeek zag ik vlak voor mijn stiefvader een gedaante kronkelen, in rode en gele vlammen gehuld. De gedaante had een zwart gat als mond en leek zich niet van hem los te kunnen maken. Onderwijl hoorde ik in mijn hoofd een kakofonie van stemmen. Sterk vertraagd, alsof iemand een opname van 78 toeren op 10 toeren afspeelde. Hoewel ik niet kon horen wat er precies gezegd werd, begreep ik intuïtief dat het een enorme klaagzang was. 

De dag na het gebeuren stuurde ik mijn stiefvader een e-mail, waarin ik uitlegde wat ik had waargenomen. In mijn verbeelding dacht ik zijn demonen te hebben gezien (wederom bij gebrek aan een betere verklaring) en waren de stemmen zijn getuigenissen uit meerdere levens, waarin hij verbolgen was geraakt over het onrecht wat hem was aangedaan.

Jarenlang heb ik me aan deze visie vastgehouden. Tot afgelopen zaterdag.

Nadat ik op Youtube een presentatie van Jan Bommerez over FLOW had gezien, zocht ik contact met hem via de social media. Zo kon het gebeuren dat hij vorig jaar een bericht op Facebook las over mijn behandeling van leukemie. Jan vroeg me contact met hem op te nemen. Via Skype spraken we een uur over Kangen-water en de belangrijke rol van water in het lichaam. Het was een opmaat naar het seminar wat ik dit weekend volgde. Het ging over transformeren en loslaten. Geen idee wat ik ermee aan moest, maar het was een mooie gelegenheid om Jan eens in persoon te ontmoeten.

In het seminar legde Jan uit dat water de geleider van energie is in je lichaam. Dat je gedachten en gevoelens kunt vasthouden, maar dat je nooit die gedachten of gevoelens ‘bent’. Dat je door meditatie in andere energie frequenties terecht kunt komen en dat je de emoties, die vastgezet zijn in de lage regionen, kunt aanspreken en loslaten. Dat loslaten werkt, volgens Jan, via energetische weg veel sneller dan via de psychoanalyse. Die laatste weg had ik al eens bewandeld.

Die middag raakte ik door relatief eenvoudige meditatietechnieken dieper in mijn gevoel dan ik in jaren was geweest. Een paar keer raakte ik een gevoelige snaar en probeerde dat gevoel los te laten. Het lukte mondjesmaat, maar Jan gaf aan dat dat normaal is. Hij vergeleek het met een dispenser: emoties zijn als zakdoekjes, je haalt er steeds maar eentje uit. Wat me opviel was dat mijn stem na elke meditatie oefening trager en zwaarder werd. Als kind had ik al eens geoefend met zelfhypnose en bleek daar erg handig in, maar nu kwam ik veel dieper. Veel meer tot mezelf. Wonderlijk.

De volgende dag maakte ik een lange wandeling door het bos. Ineens drong iets tot me door. Net zoals destijds Einstein en Edison in dergelijke wandelingen veel van hun inspiratie vonden. Die avond aan de eettafel met mijn stiefvader had ik niet zijn demoon gezien, of zijn stemmen gehoord. Die demoon was mijn eigen verbeelding: zo zág ik hem. En die stemmen waren niet zijn, maar mijn verbolgingen over het onrecht wat mij was aangedaan. De traagheid van de stemmen gaf aan hoe diep ik de emoties had begraven. Door het vergeven had ik een deur opengezet om die vreselijke pijn te laten ontsnappen.

Al die jaren dacht ik dat het gebeuren aan de eettafel een transcendent moment was. Nu begrijp ik dat het een transformatie was. Het bruizende gevoel in mijn handen was de energie van mijn emoties, die, zoals stoom uit een hogedrukpan, via mijn handen mijn lichaam verliet. Ik was niet langer het gekwetste kind, maar getransformeerd naar een man. Onomkeerbaar. Bevrijd. Het heeft 10 jaar geduurd om dat in te zien.

Bedankt voor je inspiratie en wijsheid, Jan Bommerez

caterpillar-to-butterfly-change-metamorphosis-370x229

Samsung versus Apple

Samsung versus AppleSamsung and Apple do not only battle it out in the market, but also in court. It all started with Apple (US based) accusing Samsung (South Korean based) of copying the design of the iPhone, later followed by similar accusations of copying the iPad. Samsung’s devices do show similarities – you have to be blind as a bat not to see it – but the question is: Is this illegal?

Designs ‘as a whole’ can not be protected. For instance, if you design a web page, you cannot apply for a patent for the whole web page, because it consists of multiple design elements. So you have to describe each design element and apply for a patent per element. That’s what Apple did. They applied for a patent for ‘rounded corners’ of the iPhone and iPad. And got it. Huh? They applied for a patent of ‘tab to zoom’ and got it. Wow! And so one. No world changing stuff, no mind shifting, no revolution, just simple design elements. That’s called evolution. But not in the US: you can apply for a patent for the shape of your head if you so desire. It’s unbelievable. Hens the patent mess we’re in today.

Last week the San Jose jury concluded that Samsung did infringe on some of Apple’s patents. The amazing thing is that they came to this conclusion (after a mere 22 hours of deliberation) because Google had send an e-mail to the board of Samsung, asking them to make their products less alike the Apple stuff. So, the jury concluded, Samsung could have known that their products were going to be look-a-likes. As if Google suddenly is THE design authority in the world? They had never designed anything worth a mention. Ok, I forgot about the amazing Doodles, sorry folks!

Now Samsung has to pay Apple over 1 billion USD. If you say it quickly, it sounds like a penny, right? But is (was) this a fair trial. San Jose is practically the hometown of Apple. I checked it: it’s a 14 minutes drive. A lot of people that work for Apple probably live in or around San Jose. So to call this court “Apple’s backyard court” isn’t too far fetched.

I really wondered what would have happened if this court had been held in Seoul, the hometown of Samsung. Aren’t you?

And that’s exactly was has happened! Apple and Samsung did fight it out in a South Korean court, whilst the one in San Jose is (was) taking place. And hardly any press is covering this, besides a lousy article in The New York Times. And how do you think this court ruled? Apple infringed on two patents of Samsung and Samsung on one patent of Apple. Case closed. Penalties: 22.000 USD for Samsung and 35.000 USD for Apple. All Apple toys are banned from South Korea, accept for the iPhone 4S, and Samsung is not allowed to sell any of it’s products in their own backyard, accept for the Galaxy S III.

So, who’s right and who’s wrong? I believe the court of Seoul has got it right, the penalties reflect the value of the patents, whilst the decision not to allow any further infringements by banning all but one product is more than fair. The US court should take notice of this ruling, but I’ll be dreaming to believe this is going to happen.

Who’s to benefit? Not the consumer, but I bet the lawyers are having a ball.

P.s. Noticed that BloombergBusinessWeek has also reported on the Seoul ruling.

Heeft de intrapreneur de toekomst?

Sinds het lezen van de column van Arko van Brakel op NUzakelijk.nl loop ik te dubben. Is het nou werkelijk zo dat de intrapreneur (een portmanteau van de woorden intra en entrepreneur) de toekomst heeft binnen organisaties? Het voelt als iets uit het begin van deze eeuw ..

Ondernemers zijn ondernemersAllereerst moet het me van het hart dat elk vergelijk tussen een entrepreneur, die voor eigen risico en rekening zijn dromen achterna gaat, en een intrapreneur, die hooguit het risico op het verlies van een baan in het vooruitzicht heeft, me tergt. Vooral dat miskennen van ‘eigen risico en rekening’ maakt me boos, zoals ik eerder al betoogde. Dus mijn 1e bezwaar tegen het betoog van Arko is het leggen van die associatie, ook al bestaat het woord intrapreneur al langer.

Mijn 2e bezwaar is dat ‘ondernemerschap’ niets, maar dan ook niets te maken heeft met het vervullen van een funktie binnen een organisatie. Dat iemand creatief is en nieuwe producten/diensten ontwikkelt binnen zijn funktie is prima, maar noem dat géén ondernemen. Doe dat de èchte ondernemer niet aan!

Mijn 3e bezwaar betreft de veranderingen binnen organisaties, die het directe gevolg zijn van de opkomst van de social media. Juist nu zijn factoren als delen, samenwerken, crowdsourcing en co-creatie van doorslaggevend belang. Het gaat hierbij niet langer om het individue, maar om de dialoog tussen de organisatie en haar publiek. Zelfs een managementboek klassieker als ‘Excellente ondernemingen‘ van Peters & Waterman zag dat jaren geleden al in.

Mijn 4e bezwaar ligt in de eye-opener die Arko noemt (in een tweet) voor het artikel, namelijk een definitie van Tony Robbins: “3 types of business owners: Artist, Manager/Leader, and Entrepreneur”. Robbins heeft het hier nadrukkelijk over business owners en niet over mensen in loondienst.

Conclusie is dat ik elke associatie, zeker in deze tijd, tussen een échte ondernemer, die zich de ballen uit zijn broek vecht of zo je wilt de borsten uit haar blouse, en een loondienstmedewerker, volstrekt misplaatst vind en onrecht doet aan de enorme risico’s, waaraan ondernemers zich blootstellen. Ergo, noem het alles, maar géén ondernemer. Dat daarnaast de social media eerder aanstuurt op een joint-effort van alle stakeholders, dan dat zij individuele egotripperij bevordert, is voor mij – binnen deze context – secundair.

P.s. mijn opinie laat onverlet, dat ik alle respect heb voor de prestaties van Arko van Brakel, zowel als ondernemer (Euronet, PuntEDU), als straks in de rol van algemeen directeur van De Baak. Ook in zijn rol als begeleider van nieuw ondernemerstalent is hij een inspiratiebron.

Update 1 17:00 uur: na een leuke, inhoudelijke discussie op Twitter met Arko van Brakel werd duidelijk dat het hem om leiderschap ging t.g.v. een ondernemende houding en niet zozeer om ondernemerschap. De term ‘intrapreneur’ gaf echter de verkeerde indruk (alsof managers in loondienst vergeleken kunnen worden met de onbegrenste bedreigingen, waaraan ondernemers – al dan niet zelfgekozen – dagelijks bloot staan). Als alternatief noemde ik ‘intra-leadership‘. Een neologisme, wat in ieder geval beter aansluit bij de essentie van het artikel en het ondernemen weer overlaat aan de ondernemers.

Update 2 18:00 uur: Arko wees me op een boek “Corporate Effectuation“, wat  mede de inspiratie vormde voor het artikel. Hij betrok één van de schrijvers, Thomas Blekman, in de twitterdialoog. Daarop volgde een tweegesprek met Thomas, waarbij – mede door de video op de site – al gauw duidelijk werd waar de essentie van zijn boek lag: “Wat kunnen managers leren van ondernemers?”. In zijn boek probeert Thomas de managers te helpen door ze technieken te leren die ondernemers (in zijn boek) bewust of onbewust toepassen. Ik heb het boek niet gelezen, dus ik laat in het midden of het de juiste snaar raakt. Maar duidelijk werd wel dat het ook hier niet ging om ondernemerschap in loondienst, maar om (het reproduceren van) de mindset van een ondernemer. In mijn ogen is dat overigens niet mogelijk: een ondernemer handelt binnen een kader van kansen en bedreigingen, terwijl een manager uitsluitend in kansen hoeft te denken. Ook het principe van FLOW, de balans tussen ratio en emotie binnen organisaties, blijft hierbij onderbelicht. Met het voorbeeld van het vinden van klavertjes vier probeerde ik uit te leggen, dat je ‘patroonherkenning’ welliswaar kunt reproduceren, maar NIET het buikgevoel van een ondernemer.

Ik ken jou (niet)!

Sinds enige tijd kamp ik met gezondheidsproblemen. Zo gebeurde het dat ik op mijn verjaardag (5 juni) in het ziekenhuis een behandeling onderging. In plaats daarover te mokken, bekeek ik de situatie van een positieve kant: de behandeling was mijn verjaardagskado, omdat het me een uitzicht gaf op een gezond leven.

Een vriend maakte laatst een opmerking bij een foto (zie afbeelding), die ik had geplaatst bij een artikel op Facebook waar ik verslag deed van het verloop van de behandeling: “Voor zo’n uitzicht moet je in de regel wel flink klimmen.”

Uiteraard begreep ik de essentie van zijn woorden: voor mooie uitzichten moet je soms duur betalen (lees: lijden). Maar klopte zijn aanname wel? Wie weet er immers wat er zich rechts van de foto bevindt? Het kan zo maar zijn dat er een touringcar staat met 50 Chinezen. En deze juichende man is gewoon heel brutaal over het hekje geklommen.

Zo heeft iedereen zijn/haar eigen perceptie. We zien immers steeds maar een fractie van de werkelijkheid en vullen dan razendsnel de gaten op met onze herinneringen en fantasie. Zo vormen zich (soms hardnekkige) vooroordelen.

Feit is dat ook mensen maar een fractie van elkaar te zien krijgen. De rest vullen we aan. En hoe priller de relatie, des te groter is de ‘rest’. Die dus meer iets zegt over onszelf dan over hen. Het zijn immers je eigen herinneringen en fantasie.

Pas dus op voor je iemand openlijk bekritiseert of juist toejuicht. Investeer tijd in het leren kennen van die ander, door open vragen te stellen. Maar blijf weg van de gemakzucht van vooroordelen: dat verdient die ander niet.

Voor mij was het plaatje puur symbolisch: een nieuwe kans (uitzicht) op leven in vrijheid (vrij van ziekte).

Well done, Tom, Well done!

Het World Touring Car Championship of WTCC, seizoen 2012 is afgelopen weekend weer begonnen. Niet dat ik het allemaal op de voet volg, maar Tom Coronel heeft mij op zijn mailinglist gezet en zo wordt mij automatisch kond gedaan van de gebeurtenissen.

Gisteren viel er weer een mailtje binnen. Tom had in de eerste race meteen ‘goede zaken gedaan’ met een 5e en 4e plaats op het circuit van Monza in Italië. Trouw kijk ik dan naar de meegestuurde video. En toen viel het me op. Hij zei het wéér. De teambaas van ROAL Motorsport, Roberto Ravaglia: “Well done, Tom, Well done!”. Net als vorig seizoen en steeds bij de finish.

Dan ga ik peinzen, kan het niet helpen. Ik zie de beelden op Eurosport van Tom die net uit die prachtige bolide stapt. Rood aangelopen van heroïsche gevechten met de lichtblauwe garde. En ineens snap ik het: “Well done” is natuurlijk de status van Tom’s achterwerk! Dat geschuif in het kuipje door die G-krachten doet wat met je zitvlak en bij de finish is dat vlak natuurlijk behoorlijk gaar. Of in de woorden van Roberto: ‘Well done!’.

Well done!Zo denk ik verder. Want als Tom voortijdig uitvalt, dan is z’n zitvlak hooguit een ‘rare’ of wat later in de race een ‘medium rare’. Maar dat wil BMW natuurlijk niet. Roberto wil alleen Well Done’s.

Dus laten we met elkaar Tom voor het komende seizoen weer prachtige finishes toewensen. Al was het maar om Roberto te horen zeggen: “Well done, Tom, Well done!”

Big Brother aka Sick Endemol

Eergisteren werd de medical reality show “24 uur tussen leven en dood” vervroegd uitgezonden door RTL4. Ze wilden het publiek laten zien dat het programma integer was gemaakt, zo hadden ze in Nieuwsuur laten weten. Binnen 24 uur bevonden Eyeworks, RTL4 en VUmc zichzelf ineens “tussen leven en dood”.

Persoonlijk vond ik het format sterk leunend over de grens van goed fatsoen en ik ben dan ook blij dat het programma van de buis is. In mijn blog gisteren noemde ik het al Sick Brother. En dat deed me terugdenken aan 1999 toen Endemol de reality soap “Big Brother” voor het eerst uitzond.

Big BrotherLevendig herinner ik me nog de gesprekken met vrienden en kennissen over de sterk neerwaarts glijdende schaal van normen en waarden, waarvan “Big Brother” de exponent leek te zijn. In één van die gesprekken noemde iemand het “Sick Brother” en daarop werd door alle aanwezigen instemmend geknikt.

Thuisgekomen registreerde ik de domeinnaam SickBrother.nl en nam me voor een parodie-website te maken op het gewraakte programma. De site werd in korte tijd een hit en het gastenboek stond binnen een paar dagen barstensvol. Maar toen het format “Big Brother” de enorme kritieken gewoon leek te overleven, vond ik het welletjes en verloor de site mijn aandacht.

En nu was er dan “24 uur tussen leven en dood”. Massaal viel Nederland in de social media over de makers van het programma heen. Versterkt door goed journalistiek werk van de traditionele media was het format binnen 24 uur, na maanden van voorbereidingen, ter ziele.

Wat mogelijk meespeelde in de opinievorming was de getoonde integriteit van de media rond prins Friso. En net die dag bereikte zijn gezondheid een dieptepunt. In die zin had RTL geen dommer moment kunnen uitkiezen om de publieke opinie te toetsen (lees: tarten) rond medisch ethisch normbesef.

En dan vraag ik me af: wat als “Big Brother” destijds ook zo’n dwingende lading kritiek over zich uitgestort had gekregen, was Endemol dan ooit uitgegroeid naar een miljardenorganisatie? En zou John de Mol ook zonder “Big Brother” de meeste succesvolle media ondernemer van Nederland zijn geworden? En zal het falen van “24 uur” straks het breekpunt blijken in de carriëre van “Arnie” Oelemans? De antwoorden lijken me niet zo moeilijk.

De sociale media heeft in het geval van “24 uur” gewerkt als het collectief geweten van de maatschappij en dat doet me deugd. Geld verdienen door individuen te verleiden tot de verkwanseling van hun eigen privacy wordt niet meer getollereerd.

Althans, dit keer niet. Want ze zullen het blijven proberen. Het vooruitzicht van een “Big Endemol” blijft immers lonken. Nu ik erover nadenk .. de woordspeling “Sick Endemol” doet het zelfs beter, gezien de schuld van 2,8 miljard Euro.